De omvormer bepaalt wat uw panelen opleveren

Op de foto hangt een omvormer aan een binnenwand, met twee mensen ervoor die de installatie bekijken. Zo hoort het: binnen, uit de zon, met ruimte eromheen en op een plek waar iemand erbij kan.
De elektronica in een omvormer gaat korter mee naarmate hij warmer draait. Boven een bepaalde temperatuur knijpt hij zichzelf bovendien af, waardoor u op de zonnigste dagen opbrengst verliest. Een koele, geventileerde plek is daarom belangrijker dan een nette plek.
Op een ongeïsoleerde zolder onder een pannendak, waar het in de zomer vijftig graden wordt. Tegen een zuidgevel in de volle zon. In een dichte kast zonder luchtcirculatie. En niet tegen de wand van een slaapkamer, want veel omvormers zoemen zacht en dat hoort u 's nachts wel degelijk.
In de meterkast als daar ruimte is, in een garage, bijkeuken of berging, aan een binnenmuur, op ooghoogte en met de door de fabrikant voorgeschreven vrije ruimte eromheen, meestal twintig tot dertig centimeter boven en onder. Bereikbaar is belangrijk: u wilt het display kunnen aflezen en een monteur wil erbij kunnen.
De meeste omvormers hebben beschermingsgraad IP65 en mogen buiten hangen. Toch is dat zelden de beste keuze: regen en vorst zijn geen probleem, maar directe zon en temperatuurwisselingen verkorten de levensduur. Moet het buiten, kies dan de noordgevel of een plek onder een overstek.
Hoe verder de omvormer van de panelen hangt, hoe langer de gelijkstroomkabels en hoe groter de verliezen; hoe verder van de meterkast, hoe langer de wisselstroomkabel. In de praktijk kiest men een plek dicht bij de meterkast en accepteert men iets langere DC-kabels, omdat die op hoge spanning weinig verliezen.
Een omvormer maakt een zoemend of tikkend geluid en sommige modellen hebben een ventilator die pas bij warm weer aanslaat. Hang hem niet aan een lichte wand die het geluid doorgeeft, en gebruik zo nodig rubberen afstandhouders. Dat scheelt achteraf een discussie die u niet meer kunt oplossen zonder opnieuw te boren.
Fabrikanten schrijven een vrije ruimte voor, meestal twintig tot dertig centimeter boven en onder en tien tot twintig opzij. Die ruimte is geen advies maar een voorwaarde voor de koeling en voor de garantie. Hangt de omvormer ingeklemd tussen een kast en een plafond, dan loopt hij warmer, knijpt hij eerder af en gaat hij korter mee. Controleer dat bij oplevering, want het is later een vervelende ingreep.
Ja, mits er voldoende ruimte en ventilatie is en de vrije ruimte van de fabrikant wordt aangehouden. In een krappe kast wordt het snel te warm.
Een zacht zoemen van enkele tientallen decibel, hoorbaar in een stille ruimte. Bij modellen met ventilator komt daar op warme dagen wat bij.
Alleen als het daar niet te warm wordt. Op een ongeïsoleerde zolder onder een pannendak loopt de temperatuur in de zomer op tot ver boven de grens waarbij het apparaat gaat afknijpen.